Geachte [...],
Sedert enige tijd heb ik betrekking met een dame uit het schone [...]. Het is me voorgekomen dat u daar in een eerdere periode mee heeft verkeerd. In het Brabantse dorp waar ik vandaan kom betekent dit automatisch dat we bekzwagers zijn, een term die er op moet duiden dat je de kans heb dezelfde orale syfilis opgelopen te hebben als de betreffende vriend, die even daarvoor met het meisje gelebberd heeft.
Nu mag ik me verheugen op een aanstaande zwangerschap dezer dame. Ik kan u verzekeren dat het met de omgang die ik heb gehad zeer wel zou kunnen dat het kind dat ze draagt van mij is.
Toch kleven er aan deze conclusie nog enkele vraagtekens mijnerzijds. In de periode van conceptie was ik kortstondig in het land. De drie dagen dat wij toen samen waren hebben wij omgang gehad. De dokter deelde mede dat het in die samengang geweest moet zijn.
In haar appartement vond ik enkele objecten die mijn vrees doen rijzen over de oprechtheid van 's dokters bewering:
Daar waren de afschriften van een hotelkamer, geboekt onder een andere naam.
Een doktersbezoek, waar ik de rekening van kreeg, zonder aanleiding.
En het vergeten uurwerk van 'een vriend', dit uurwerk behoort U toe.
Ik wil met u afspreken dat zodra mijn eerstgeborene een donkere tint begint te krijgen, ik het bij u aflever, tezamen met een rekening van de gemaakte kosten. Het uurwerk houd ik voorlopig in bewaring als aanbetaling voor enig leed.
Met vriendelijke groet,
Theo
PS. Mochten mijn grieven dieper zijn dan enige geldelijke compensatie kan vergoeden, zal ik me moeten bewegen uw huis af te branden. Als voorgenoemd kind van mij blijkt te zijn gelieve deze brief als niet verstuurd te beschouwen.